Een casustoets is een toetsvorm waarbij studenten op basis van een realistische praktijksituatie (de casus) één of meerdere vragen beantwoorden. De casus kan schriftelijk of digitaal worden aangeboden en is bedoeld om kennis, begrip én toepassing van theorie op een concrete situatie te toetsen.
Casustoetsen worden vaak ingezet bij beroepsgerichte opleidingen en zijn goed te combineren met het toetsen van professionele redenering, besluitvorming en ethisch handelen.
Toets praktijkgerichte toepassing: Zeer geschikt voor het toetsen van transfer van kennis naar realistische situaties.
Hanteerbare toetsvorm: Gemakkelijk te organiseren, zowel digitaal als op papier.
Breed inzetbaar: Voor kennis-, inzicht- én toepassingsvragen in verschillende vakgebieden.
Kenmerken
Type toetsvorm: Schriftelijk, summatief of formatief
Niveau van toetsing: Geschikt voor 'Knows how' en 'Shows how' (Miller)
Complexiteit: Middel tot hoog – afhankelijk van de diepgang van de casus en vragen
Voorbereiding student: Leren toepassen van theorie op praktijkcontexten
Voorbereiding docent: Casus ontwerpen, toetsvragen ontwikkelen, beoordelingsmodel opstellen
Duur: Varieert (30 min – 2 uur), afhankelijk van het aantal casussen/vragen
Aantal beoordelaars: Meestal één, bij complexe antwoorden mogelijk tweede beoordelaar
Beoordelingswijze: Modelantwoorden, rubric of open beoordeling (afhankelijk van vraagtype)
Ontwerp casussen die realistisch en herkenbaar zijn voor de student.
Zorg voor een goede spreiding in cognitieve niveaus (denk aan Bloom).
Maak vooraf een beoordelingsmodel (modelantwoorden, scoringsvoorschrift).
Denk na over vraagtypes: open vragen, multiple choice, stellingen met toelichting, etc.
Overweeg een digitaal afnameplatform voor efficiënte organisatie.
Verpleegkunde - Casus over patiënt met meerdere aandoeningen
Rechten - Juridische casus over een conflict of wetstoepassing
Techniek - Foutenanalyse binnen een technische installatie
Social Work - Analyse van een cliëntsituatie en plan van aanpak
Oefen met het analyseren van praktijkvoorbeelden.
Herhaal theorie, maar leg vooral de nadruk op toepassing en redenering.
Structureer je antwoorden: begin met analyse, werk toe naar onderbouwde keuzes.
Lees de casus aandachtig: elk detail kan belangrijk zijn.
Gesloten vragen: automatisch te beoordelen (MC, invul, matching).
Open vragen: handmatig, vaak met rubric of scoringsvoorschrift.
Criteria kunnen zijn: juistheid, volledigheid, toepasbaarheid, redenering, heldere communicatie.
Studenten:
Casus-analyse oefenen:
Gebruik AI (zoals ChatGPT) om zelfgemaakte casussen te laten analyseren, en vergelijk de redeneringen met je eigen aanpak.
Eigen casussen genereren:
Laat AI je helpen bij het maken van oefencasussen (“Geef me een juridische casus over consumentenrecht”).
Uitleg en feedback:
Vraag AI waarom een bepaald antwoord logisch is of hoe je redenering sterker kan.
Docenten:
Casussen laten genereren:
Gebruik AI om snel concept-casussen te maken (eventueel als basis voor eigen bewerking).
Feedback op studentantwoorden:
AI kan helpen bij het geven van eerste-formatieve feedback bij open vragen (alleen onder toezicht en zonder persoonsgegevens).
Verrijking van toetsbank:
Laat AI suggesties doen voor alternatieve casusopzetten of variaties op bestaande scenario’s.
⚠️ Let op:
Laat AI nooit zelfstandig beoordelen of cijfers toekennen.
Gebruik geen persoonsgegevens of herleidbare data in AI-tools.
Beoordeel de kwaliteit van gegenereerde casussen of feedback altijd zelf.